Er is een eeuwige strijd tussen pers en spelers. De clash van ego's, de dunne lijn tussen verkeerd begrijpen en verkeerd weergeven, het constant aantrekken en afstoten, de haat-liefde verhouding.

Spelers zien persmuskieten als een noodzakelijk kwaad. Nodig om in de belangstelling te staan - ik spreek niet over toppers à la Henin en Federer - maar kwaad omdat ze zogezegd niets van tennis kennen. Langs de ene kant willen tennissers zo weinig mogelijk gestoord worden, maar langs de andere kant wordt het ego wel gestreeld door de aandacht.
Belgische spelers zijn (terecht) boos omdat de pers enkel aandacht heeft voor de vedetten (Justine dus). Volkomen juist, maar de jongens mogen ook niet vergeten dat ze moeilijk bereikbaar zijn waardoor ze veel minder in de kranten komen. Er is dus minder over hen bekend waardoor hun profiel eerder onzichtbaar blijft. Hierdoor bestormt de pers de heren op grandslamtoernooien met tal van onnuttige en vervelende vragen die vaak niets terzake doen.
Zoals in het voorbeeld hierboven gezegd, zullen spelers elkaar altijd verdedigen. Tennissers vinden het overgrote deel van de journalisten allemaal mensen die niet weten hoe een racket wordt vastgepakt en hoe zwaar hun bestaan wel is. Omgekeerd vinden journalisten de meeste tennissers omhooggevallen doe-het-zelvers, die niet weten hoe zwaar een krant vullen. Maar een publiek figuur hoeft niet altijd verantwoording af te leggen voor privé-zaken…

Geen opmerkingen:
Een reactie posten